Naar hoofdinhoud

Paragraaf 2.

Artikel 3

Aanspraak

Onderdeel van Verzamelverordening WWB, IOAW, IOAZ en Bbz 2013

1.. De aanspraak op (financiële) ondersteuning wordt niet eerder dan vier weken na melding inhoudelijk beoordeeld, tenzij deze wachttijd naar de mening van het college in de individuele situatie niet geoorloofd is. 2.. Het college biedt ondersteuning krachtens deze verordening ten behoeve van de persoon die behoort tot de doelgroep en die dit naar het oordeel van het college nodig heeft bij de arbeidsinschakeling of zelfstandige maatschappelijke participatie. Deze ondersteuning kan bestaan uit een voorziening verstrekt aan belanghebbende dan wel de werkgever ten behoeve van belanghebbende. 3.. Er bestaat geen aanspraak op ondersteuning voor zover er een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening die voldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie. 4.. Het college stemt de ondersteuning en voorzieningen af op het vergroten van de zelfredzaamheid van belanghebbenden via de kortste weg naar duurzaam regulier werk. 5.. Een niet-uitkeringsgerechtigde (nug-ger) heeft geen aanspraak op ondersteuning krachtens deze verordening indien: Het gezinsinkomen hoger is dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm en/of het vermogen hoger dan het maximaal vrij te laten vermogen conform de WWB; hij / zij betaalde arbeid verricht gedurende meer dan 12 uur per week; hij / zij niet bereid is om gedurende tenminste 12 uur per week algemeen geaccepteerde arbeid te verrichten.

Rechtspraak bij dit artikel