Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.4

VOORWAARDEN BIJ BEDRIJVEN GELEGEN IN GEKLEURDE GEBIEDEN VISIEKAART

Onderdeel van Uitwegenbeleid gemeente Heerenveen

De weigeringsgronden van de APV zijn breed uitlegbaar. De onderstaande voorwaarden zorgen voor duidelijkheid bij de beoordeling van de meldingen. Hieronder zijn de voorwaarden aangegeven voor het aanleggen van een uitweg naar een bedrijven die gelegen zijn in de gekleurde gebieden op de vastgestelde visiekaarten (zie bijlage voor de bijbehorende kaarten). De gekleurde delen van de kaart zijn gebieden die bepalend zijn voor de identiteit en de kracht van Heerenveen. Voor bedrijventerreinen gelegen in deze gebieden geldt met name de dynamiek van deze plaatsen. Dynamiek in de zin van plekken waar veel gebeurt en veel mensen komen. Deze gebieden vragen meer sturing dan gebieden met een ‘basiskwaliteit’ of waar weinig dynamiek heerst. Voor deze gebieden zijn de eisen ten aanzien van uitwegen strenger om de (bestaande) kwaliteit te ondersteunen. De voorwaarden zijn dermate ruim opgesteld dat ze een bedrijf niet belemmeren in de bedrijfsvoering. Voorwaarden Het terrein waartoe de uitweg aangelegd moet worden is eigendom van de aanvrager of de aanvrager heeft schriftelijke toestemming van de eigenaar om melding van een uitweg te doen. Indien vrachtwagens gebruik maken van de uitweg dan heeft deze een maximale breedte van 17,5 meter (inclusief boogstralen r=5 meter) meter, dit om de eenheid in het straatbeeld te behouden. Indien het voor bedrijfsvoering noodzakelijk is kan afgeweken worden van bovenstaande maatvoering, parkeermanoeuvres dienen op eigen terrein plaats te vinden. Maximaal 50% van de erfgrens langs de weg mag uitweg zijn. Indien het een hoek perceel betreft geldt dit voor beide zijden afzonderlijk. Indien een bedrijf een uitweg wenst voor auto’s niet zijnde vrachtwagens dan is de maximale breedte van de uitweg 6 meter (inclusief boogstralen). Parkeerplaatsen mogen niet direct ontsluiten op de openbare weg. Twee naast elkaar gelegen uitwegen dienen tenminste 1 meter van elkaar gelegen te zijn. Het terrein waarvoor de uitweg bestemd is moet groot genoeg zijn om voertuigen, waarvoor de uitweg nu en in de toekomst bestemd is, te kunnen parkeren. Het voertuig mag niet oversteken op openbaar terrein. De uitweg mag zich in verband met de gewenste verkeersdoorstroming niet bevinden aan een van de volgende gebiedsontsluitingswegen A (een toelichting van deze term is te vinden in bijlage 2): Weinmakker Nije Fjildwei De Zanden De Stadionweg Uitwegen mogen wel aansluiten op de overige gebiedsontsluitingswegen A. De uitweg mag zich niet binnen 5 meter van een kruispunt bevinden.Hierbij wordt gerekend vanaf het einde van de boogstraal, en niet vanaf het hart van het kruispunt. De uitweg mag niet in een groenvoorziening uitkomen.(uitgezonderd gras en bermen). De aanleg van een uitweg mag er niet toe leiden dat het totaal aantal openbare parkeervakken verminderd wordt. Als zich binnen een straal van 2 meter in het traject van de uitweg een boom bevindt zal eerst gekeken moeten worden of die gekapt, herplaatst of verplaatst moet/kan worden. Dit zal bepaald worden door de desbetreffende afdeling. De kosten voor het kappen, herplaatsen of verplaatsen van de boom zullen verhaald worden op de melder van de uitweg.

Rechtspraak bij dit artikel