Op donderdagavond, tijdens de koopavond, zijn de meeste fietsen geregistreerd, namelijk 874. Dit aantal is 81% van de totale capaciteit.
Registratie
tijdstip
Aantal stallingen
Bezetting gelijke stalling
Bezetting hoge stalling
Bezetting lage stalling
Totaal stalling
Buiten stalling
Totaal fietsen
15:30 uur
1068
223
41
81
345
421
766
19:30 uur
1068
320
37
79
436
438
874
23:00 uur
1068
61
26
31
118
161
279
Zaterdag/zondag 01:00 uur
233
80
0
0
80
555
635
Tabel 2.1; totaal aantal gestalde fietsen per registratieperiode
De resultaten van de uitgevoerde tellingen geven een beeld van de situatie wat betreft gestalde fietsen in het centrum van Heerenveen.
2.3.1 Problemen
In de Parkeervisie is als uitgangspunt opgenomen voor het fietsparkeren, dat de vraag naar fietsvoorzieningen en fietsparkeerplaatsen in het centrum moet worden gefaciliteerd. Op basis van het fietsparkeeronderzoek komt een aantal probleempunten naar voren. De problemen hebben betrekking op:
Een tekort aan stallingcapaciteit: Het aantal stallingen is onvoldoende ten opzichte van de vraag (hoge bezetting in stalling en hoge bezetting buiten stalling);
Het aantal stallingen is onvoldoende ten opzichte van de totale vraag (lagere bezetting stalling maar hoge bezetting buiten de stalling);
Er bevinden zich geen stallingen in de sectie en er is wel een hoge bezetting.
Een matig gebruik of slechte locatie van de stalling: De bezetting van de stalling is laag en dus slecht gesitueerd en/of ter plekke overbodig.
Het dagelijks parkeren van fietsen op ongewenste locaties onder meer voor de ingang van het ABC complex aan de Sieverstraat. Fietsen worden geparkeerd direct voor de ingang, waardoor de toegang tot de winkels wordt versperd.
Overzichtskaarten met de problemen per tijdsperiode zijn opgenomen in bijlage 2.3 t/m
2.8.
Problemen met betrekking tot de capaciteit van de stelling (tekort stallingscapaciteit).
In dit kader zijn de secties als problematisch aangemerkt wanneer wel stallingen aanwezig zijn (minimaal 10 eenheden), het gebruik ervan hoog is (de bezetting op één van de onderzoeksmomenten is meer dan 80%) én ook buiten de stallingen fietsen zijn geplaatst. In tabel 2.2 zijn de secties weergegeven waarbinnen zich op basis van de genoemde criteria capaciteitsproblemen voordoen.
Sectie
Meetmoment
Capaciteit stalling
Bezetting stalling
Bezetting stalling relatief
Bezetting buiten stalling
Totale bezetting
Totaal relatief
A
15:30 uur
10
9
90%
0
9
90%
A
19:30 uur
10
12
120%
0
12
120%
A
23:00 uur
10
13
130%
0
13
130%
6
19:30 uur
24
24
100%
18
42
175%
15
stapavond
17
30
176%
2
32
188%
29
stapavond
21
45
214%
0
45
214%
30
19:30 uur
11
9
82%
5
14
127%
30
23:00 uur
11
9
82%
6
15
136%
44
19:30 uur
28
32
114%
22
54
193%
54
19:30 uur
39
33
85%
9
42
108%
71
19:30 uur
28
23
82%
4
27
96%
77
19:30 uur
23
19
83%
3
22
96%
Tabel 2.2; Overzicht secties met capaciteitsprobleem
Stallingen onvoldoende t.o.v. totale vraag
Daarnaast worden de secties waar binnen de stallingen een minder hoog gebruik is (< 80%) maar wel veel fietsen buiten de stallingen (minimaal 15) staan als problematisch aangemerkt. Naast het feit dat binnen deze secties een capaciteitstekort is, kan het ook zijn dat de locatie van de aanwezige stallingen niet geheel aansluiten bij de vraag. De betreffende secties zijn weergegeven in tabel 2.3.
Sectie
Meetmoment
Capaciteit stalling
Bezetting stalling
Bezetting stalling relatief
Bezetting buiten stalling
B
11:00 uur
92
61
66%
30
B
15:30 uur
92
70
76%
33
B
19:30 uur
92
65
71%
21
B
23:00 uur
92
55
60%
30
7
stapavond
30
0
0%
100
8
23:00 uur
30
11
37%
28
17
Stapavond
6
0
0%
20
19
Stapavond
4
0
0%
15
28
19:30 uur
18
11
61%
21
28
stapavond
18
0
0%
75
32
15:30 uur
15
3
20%
15
32
19:30 uur
15
6
40%
19
32
23:00 uur
15
8
53%
20
40
11:00 uur
17
0
0%
19
40
15:30 uur
17
0
0%
23
40
19:30 uur
17
0
0%
17
Tabel 2.3; Overzicht van secties met gebruik- of mogelijk locatieprobleem
Geen stallingen in sectie, wel hoge bezetting.
Tot slot zijn de secties waarbinnen zich geen stallingen bevinden (capaciteit = 0) en meer dan 10 fietsen staan gestald op één van de onderzoeksdagen als problematisch beschouwd wat betreft de aanwezige capaciteit (tabel 2.4).
Sectie
Meetmoment
Capaciteit stalling
Bezetting buiten stalling
9
Stapavond
0
45
13
Stapavond
0
25
23
Stapavond
0
60
25
Stapavond
0
30
26
23:00 uur
0
17
26
stapavond
0
60
27
19:30 uur
0
33
27
23:00 uur
0
25
27
stapavond
0
45
46
11:00 uur
0
18
46
15:30 uur
0
33
46
19:30 uur
0
20
47
11:00 uur
0
15
47
15:30 uur
0
20
69
23:00 uur
0
16
Tabel 2.4; Overzicht van secties met geen capaciteit maar wel veel gebruik
Problemen met betrekking tot het (beperkte) gebruik en mogelijk de locatie van de stalling.
In de vorige alinea’s zijn de secties benoemd waar een tekort aan capaciteit is. In tabel 2.4 zijn de secties weergegeven waar nauwelijks gebruik werd gemaakt van de aanwezige stallingen (< 30%). Alleen de stallingen met een capaciteit van meer dan 15 plaatsen zijn hierbij beschouwd. Het minimale gebruik van de stallingen duidt er op dat de vraag ter plaatse lager ligt dan het aanbod. De stallingen zijn dus (deels) overbodig en/of zijn niet juist gelegen.
Sectie
Capaciteit
Maximale bezetting
Relatief
10
20
5
25%
35
56
10
18%
38
91
26
29%
40
17
0
0%
58
50
11
22%
64
71
15
21%
65
29
1
3%
76
120
24
20%
Tabel 2.5: Overzicht van secties met een overschot aan capaciteit
Hoog/laag stallingen
In het onderzoek is de verhouding tussen het gebruik van hoge en lage klemmen geregistreerd. Over het hele onderzoek gezien is de verhouding 33% in de hoge en 67 in de lage. Hierbij moet opgemerkt worden dat alleen bij sectie B (bushalte Oost) de hoge klemmen significant gebruikt worden. Zonder deze sectie is de verhouding 13% in de hoge en 87% in de lage. De hoge klemmen in het centrum worden dus nauwelijks gebruikt en kunnen nagenoeg als verloren capaciteit worden beschouwd.