Geen havengeld wordt geheven van:
vaartuigen, geen pleziervaartuigen of passagiersschepen zijnde, gedurende de eerste twaalf uren dat zij, zonder te laden of te lossen, van de haven of de kade gebruik maken;
vaartuigen, uitgezonderd pleziervaartuigen en passagiersschepen, welke aankomen maximaal 10 uur voor de aanvang van een zondag en vertrekken maximaal 9 uur na afloop van die zondag zonder te hebben geladen en/of gelost;
in dit verband worden mede voor een zondag gerekend de nieuwjaarsdag en de algemeen erkende christelijke feestdagen;
rijksvaartuigen, uitsluitend bestemd voor de openbare dienst;
gemeentevaartuigen;
vaartuigen, die worden gebezigd ter uitvoering van werkzaamheden in opdracht van de gemeente;
hospitaalschepen;
vaartuigen, waarvan de schipper aantoont, dat wegens ernstige familieomstandigheden van de haven of de kade gebruik wordt gemaakt, mits niet wordt geladen en/of gelost;
vaartuigen, die ten gevolge van ijsgang of weersgesteldheden of de lage waterstand zijn gedwongen langer dan zeven achtereenvolgende dagen in de haven of aan de kade te verblijven, mits niet wordt geladen en/of gelost, met dien verstande, dat over de eerste vijf achtereenvolgende dagen normaal havengeld wordt geheven volgens het tarief per keer;
woonschepen, gedurende de eerste veertien al dan niet achtereenvolgende dagen in een belastingjaar;
roeiboten, behorende bij vaartuigen waarvoor havengeld is verschuldigd;
lichterschepen, indien vaartuigen bij laag water of tengevolge van averij verplicht zijn hun lading door middel van deze schepen te lossen.
HOOFDSTUK 1
Artikel 9
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van haven- en opslaggeld 2013