Degene die zich in een door de burgemeester aangewezen gebied, waarin naar zijn oordeel de openbare orde is verstoord, gedraagt in strijd met de in lid 5 genoemde overtredingen, dient zich terstond uit dat gebied te verwijderen en zich daar gedurende 24 uur verwijderd te houden, nadat door of namens de burgemeester hem een daartoe strekkend bevel is gegeven. Het in het eerste lid genoemde bevel wordt niet eerder gegeven dan na een eerste overtreding als genoemd waarvan proces-verbaal is opgemaakt en zich een soortgelijke tweede overtreding heeft voor gedaan waarbij de overtreder de aanzegging heeft gekregen dat bij een derde overtreding verwijdering volgt uit genoemd gebied voor vierentwintig uur. Degene die in een door de burgemeester aangewezen gebied, als bedoeld in het eerste lid, in de door de burgemeester bepaalde termijn na een derde overtreding zoals genoemd in het tweede lid, een nieuwe overtreding begaat, dient zich terstond na bevel van of namens de burgemeester uit dat gebied te verwijderen en zich veertien dagen verwijderd te houden. Degene die in een door de burgemeester aangewezen gebied, als bedoeld in het eerste lid, in de door de burgemeester bepaalde termijn na een vierde overtreding zoals genoemd in het derde lid, een nieuwe overtreding begaat, dient zich terstond na bevel van of namens de burgemeester uit dat gebied te verwijderen en zich vier weken verwijderd te houden. De strafbare feiten waarop gebiedsontzeggingen van toepassing kunnen zijn, zijn: samenscholing en ongeregeldheden (vechten op de openbare weg) (artikel 2:1 APV); ordeverstoring in horecabedrijf (artikel 2:26 APV); betreden gesloten woning of lokaal (artikel 2:34 APV); betreden van plantsoenen e.d. (artikel 2:38 APV); rijden over bermen (artikel 2:39 APV); hinderlijk gedrag op openbare plaatsen (artikel 2:40 APV); verboden drankgebruik (artikel 2:41 APV); verboden gedrag bij of in gebouwen (artikel 2:43 APV); hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten (artikel 2:44 APV); drugshandel op straat (artikel 2:61 APV); straatprostitutie (artikel 3:9 APV); natuurlijke behoefte doen (artikel 4:7 APV).