Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Bijzondere vergunningsvoorschriften

Onderdeel van Bomenverordening 2012

1.. Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en in overeenstemming met de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant. In het kader van een herplantplicht kunnen voorschriften gesteld en maatregelen genomen worden voor bomen kleiner dan in artikel 1 genoemd minimum. 2.. Indien in het gemeentelijk beleid of een bestemmings-, bomen-, groen-, of landschapsplan de te vellen houtopstand direct of indirect als waardevol omschrijft, wordt, zo veel mogelijk een herplantplicht opgelegd. 3.. Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan kan daarbij tevens worden bepaald op welke wijze en binnen welke termijn niet-geslaagde beplanting moet worden vervangen. 4.. Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kunnen behoren aanwijzingen ter bescherming van in en rond de houtopstand voorkomende flora en fauna. 5.. Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kan het voorschrift behoren tot het opstellen en overleggen van een bomeneffectanalyse en/of een boombeschermingsplan in geval van bouw of aanleg van werken nabij te behouden bomen. 6.. Tot aan de vergunning tot vellen te verbinden voorschriften kan het voorschrift behoren dat pas tot vellen van houtopstand op en bij bouw- en aanlegwerken of andere ruimtelijke herinrichting of reconstructies mag worden overgegaan indien andere vergunningen of ruimtelijke ordeningsprocedures onherroepelijk geworden zijn en de feitelijke en financiële voortgang van de werken voldoende gewaarborgd is. 7.. Degene aan wie de verplichting als bedoeld in dit artikel is opgelegd, evenals diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel