Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK VI

Artikel 11

Artikel 11

Onderdeel van Regeling CAI Westland / Midden-Delfland

1.. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op de dag, waarop de zittingsperiode van de gemeenteraden afloopt. 2.. De raad van een deelnemende gemeente beslist uiterlijk in de tweede vergadering van elke zittingsperiode over de aanwijzing van nieuwe leden van het algemeen bestuur. Aftredende leden zijn terstond herkiesbaar. Zij blijven hun functies evenwel waarnemen tot het tijdstip, waarop hun opvolgers de functies hebben aanvaard. 3.. Na de aanwijzing van de leden door de gemeenteraden komt het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen acht weken in eerste vergadering bijeen. 4.. Indien de raad van een deelnemende gemeente niet kan voldoen aan het in het tweede lid bepaalde, blijven de desbetreffende aftredende leden van het algemeen bestuur als lid fungeren, totdat die gemeenteraad nieuwe leden heeft aangewezen. 5.. Een lid van het algemeen bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij deelt dit mede aan het algemeen bestuur, alsmede aan de raad, die hem heeft aangewezen. 6.. Indien tussentijds een plaats in het algemeen bestuur beschikbaar komt, wijst de gemeenteraad die het aangaat, zo mogelijk in zijn eerstvolgende vergadering, doch uiterlijk binnen acht weken, een nieuw lid aan. 7.. In geval van een tussentijdse vacature blijft het lid zijn functie waarnemen, totdat zijn opvolger is aangewezen. 8.. Hij die ophoudt raadslid dan wel burgemeester of wethouder van een deelnemende gemeente te zijn, treedt af als lid van het algemeen bestuur.

Rechtspraak bij dit artikel