**1..** Een lid van het algemeen bestuur mag:
a. niet als advocaat, procureur, gemachtigde of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van het lichaam of ten behoeve van het bestuur van het lichaam in geschillen;
b. niet als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het met het lichaam aangaan van:
1) overeenkomsten met het lichaam als bedoeld in onderdeel c;
2) overeenkomsten tot het leveren van onroerende zaken aan het lichaam.
c. rechtstreeks noch middellijk een overeenkomst aangaan betreffende:
1) het aannemen van werk ten behoeve van het lichaam;
2) het buiten dienstbetrekking tegen beloning doen van verrichtingen ten behoeve van het lichaam;
3) het leveren van roerende zaken anders dan om niet aan het lichaam;
4) het verhuren aan het lichaam van enig goed, met uitzondering van onroerende zaken;
5) het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van het lichaam;
6) het van het lichaam onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen;
7) het onderhands huren of pachten van het lichaam.
**2..** Van het bepaalde in het eerste lid onder c. kunnen Gedeputeerde Staten ontheffing verlenen.
**3..** Wanneer is gehandeld in strijd met het bepaalde in het eerste lid, is artikel X8, eerste tot en met vijfde lid, van de Kieswet van overeenkomstige toepassing.