Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK VI

Artikel 14

Artikel 14

Onderdeel van Regeling CAI Westland / Midden-Delfland

1.. Een lid van het algemeen bestuur mag: a. niet als advocaat, procureur, gemachtigde of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van het lichaam of ten behoeve van het bestuur van het lichaam in geschillen; b. niet als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het met het lichaam aangaan van: 1) overeenkomsten met het lichaam als bedoeld in onderdeel c; 2) overeenkomsten tot het leveren van onroerende zaken aan het lichaam. c. rechtstreeks noch middellijk een overeenkomst aangaan betreffende: 1) het aannemen van werk ten behoeve van het lichaam; 2) het buiten dienstbetrekking tegen beloning doen van verrichtingen ten behoeve van het lichaam; 3) het leveren van roerende zaken anders dan om niet aan het lichaam; 4) het verhuren aan het lichaam van enig goed, met uitzondering van onroerende zaken; 5) het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van het lichaam; 6) het van het lichaam onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen; 7) het onderhands huren of pachten van het lichaam. 2.. Van het bepaalde in het eerste lid onder c. kunnen Gedeputeerde Staten ontheffing verlenen. 3.. Wanneer is gehandeld in strijd met het bepaalde in het eerste lid, is artikel X8, eerste tot en met vijfde lid, van de Kieswet van overeenkomstige toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel