**1..** Geschillen omtrent de toepassing in de ruimste zin van de regeling tussen besturen van de deelnemende gemeenten of tussen besturen van één of meer gemeenten en het bestuur van het lichaam worden door Gedeputeerde Staten beslist, voor zover zij niet behoren tot die, vermeld in artikel 112, eerste lid, van de Grondwet of tot die, waarvan de beslissing krachtens artikel 112, tweede lid, van de Grondwet is opgedragen hetzij van de rechterlijke macht, hetzij aan gerechten, die niet tot de rechterlijke macht behoren.
**2..** Voordat overeenkomstig het bepaalde in het vorige lid over een geschil de beslissing van Gedeputeerde Staten wordt ingeroepen, legt het algemeen bestuur het geschil voor aan een daartoe door partijen in te stellen geschillencommissie. De geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken besturen en brengt advies uit over de mogelijkheden partijen tot overeenstemming te brengen.
**3..** De commissie als bedoeld in lid 2 zal bestaan uit drie personen, die geen deel uitmaken van en niet werkzaam zijn onder de verantwoordelijkheid van het bestuur van de regeling of van het bestuur van de deelnemende gemeenten. Elk van de in het geschil betrokken partijen benoemt één lid. De aldus benoemde leden wijzen het derde lid aan, tevens zijnde de voorzitter. Als secretaris wordt aangewezen de secretaris van de regeling.
**4..** De vergaderingen van de commissie zijn niet openbaar.
**5..** Binnen vier weken na haar instelling brengt de commissie schriftelijk advies uit aan de dagelijks besturen van de regeling en de betrokken gemeente(n). Aan het advies worden de schriftelijke verslagen van het horen toegevoegd.