Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK XVIII

Artikel 51

Artikel 51

Onderdeel van Regeling CAI Westland / Midden-Delfland

1.. De regeling kan worden opgeheven bij daartoe strekkende besluiten van de raden en de colleges van burgemeester en wethouders van tenminste tweederde der deelnemende gemeenten. Deze besluiten worden aan Gedeputeerde Staten gezonden. 2.. In geval van opheffing van de regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regelen. 3.. Bij het stellen van de nodige regelen als bedoeld in het tweede lid kan van de bepalingen van de regeling worden afgeweken. 4.. Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de raden van de deelnemende gemeenten gehoord, vastgesteld. Het liquidatieplan behoeft de goedkeuring van Gedeputeerde Staten. 5.. Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemende gemeenten tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing van de regeling. 6.. De organen van het lichaam blijven, zo nodig, na het tijdstip van de opheffing in functie totdat de liquidatie is beëindigd. 7.. Nadat het besluit tot opheffing van de regeling, als bedoeld in het eerste lid, de door de wet vereiste goedkeuring heeft verkregen, mogen de deelnemende gemeenten alle maatregelen nemen ter verzekering van de verspreiding van programma's in hun gebied na het beëindigen van deze regeling.

Rechtspraak bij dit artikel