**1..** Elke fractie legt, binnen drie maanden na het einde van een kalenderjaar, aan de raad verantwoording af over de besteding van de bijdrage voor fractieondersteuning onder overlegging van een verslag.
**2..** Controle van het verslag vindt plaats door de accountant, belast met de controle van de jaarrekening. De accountant brengt advies uit aan de raad.
**3..** De raad stelt binnen één jaar na het einde van het kalenderjaar, na ontvangst van het advies van de accountant de bedragen vast van:
de uitgaven van een fractie die in het vorige kalenderjaar uit de bijdrage bekostigd zijn;
de wijziging van de reserve;
de resterende reserve;
het saldo van de in art. 1 lid 3 genoemde bankrekening op 31 december van het verantwoordingsjaar
de verrekening tussen de in onderdeel a. genoemde uitgaven en het ontvangen voorschot en, voor zover nodig, de hoogte van de terugvordering van ontvangen voorschotten;
**4..** Indien niet aan lid 1 of lid 3 jo art 3 lid 4 wordt voldaan, wordt de bevoorschotting in de daarop volgende kwartalen bevroren.