Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 20

Opschorting en einde van de uitkering bij aftreden

Onderdeel van Verordening rechtspositie gedeputeerden, staten- en commissieleden provincie Groningen

1. De uitkering bij aftreden eindigt: op de dag waarop de uitkeringsduur is verstreken; met ingang van de maand, volgend op die waarop het gewezen statenlid is overleden; met ingang van de maand, volgend op die waarop de leeftijd van 65 jaar wordt bereikt; met ingang van de dag waarop het gewezen statenlid weer als statenlid is beëdigd; met ingang van de dag waarop het gewezen statenlid als lid van gedeputeerde staten is beëdigd. 2. Gedeputeerde staten kunnen de uitbetaling van de uitkering bij aftreden opschorten voor zolang het gewezen statenlid niet heeft voldaan aan zijn in artikel 17, vierde en vijfde lid, bedoelde verplichting. Indien de in artikel 17, vierde en vijfde lid, bedoelde verplichting alsnog wordt nagekomen wordt de uitkering bij aftreden over de tijd van de opschorting, met inachtneming van artikel 17, alsnog uitbetaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel