Gehandicaptenvoertuigen mogen niet breder zijn dan 1,1 meter, niet langer dan 3,5 meter en niet hoger dan 2,0 meter. Voorbeelden zijn elektrische rolstoelen, scootmobielen en gesloten gehandicaptenvoertuigen (zoals de Canta).
Een gehandicaptenvoertuig mag zich overal in het verkeer begeven waar een voetganger dat mag:
op de stoep en in de voetgangerspassage van het winkelcentrum (qua rechtspositie gelijkgesteld aan de voetganger);
op het fietspad (qua rechtspositie gelijkgesteld aan de fietser);
op de rijbaan (qua rechtspositie gelijkgesteld aan de bromfietser), binnen en buiten de bebouwde kom, met uitzondering van autowegen en snelwegen.
Parkeren is overal mogelijk daar waar een voetganger toegang heeft.
Artikel Gemotoriseerd gehandicaptenvoertuig
Artikel Gemotoriseerd gehandicaptenvoertuig
Onderdeel van BELEIDSREGELS GEHANDICAPTENPARKEREN 2012-2016