**1..** Een vergunning wordt verleend onder de standaardvoorwaarde van feitelijk niet-gebruik tot het moment van definitief worden van de vergunning, oftewel tot het moment dat:
de bezwaar- of beroepstermijn voor derden is verstreken zonder dat bezwaar of beroep is ingediend;
beslist is op een verzoek om een voorlopige voorziening;
beslist is op het beroep van derden en geen verzoek tot voorlopige voorziening is gedaan;
zolang andere vergunningen, waaronder de bouwvergunning of vrijstellingsvergunning ten behoeve waarvan de kapvergunning noodzakelijk is niet zijn verleend en onherroepelijk zijn geworden.
**2..** Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant.
**3..** Wordt een voorschrift als bedoeld in het tweede lid gegeven, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet worden vervangen.
**4..** Aan de vergunning kunnen tevens voorschriften worden verbonden ter bescherming van in en rond de houtopstand voorkomende flora en fauna.
HOOFDSTUK 4. › AFDELING 3.
Artikel 4.3.5
Bijzondere vergunningsvoorschriften
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Edam-Volendam 2010