Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4. › AFDELING 3.

Artikel 4.3.5

Bijzondere vergunningsvoorschriften

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Edam-Volendam 2010

1.. Een vergunning wordt verleend onder de standaardvoorwaarde van feitelijk niet-gebruik tot het moment van definitief worden van de vergunning, oftewel tot het moment dat: de bezwaar- of beroepstermijn voor derden is verstreken zonder dat bezwaar of beroep is ingediend; beslist is op een verzoek om een voorlopige voorziening; beslist is op het beroep van derden en geen verzoek tot voorlopige voorziening is gedaan; zolang andere vergunningen, waaronder de bouwvergunning of vrijstellingsvergunning ten behoeve waarvan de kapvergunning noodzakelijk is niet zijn verleend en onherroepelijk zijn geworden. 2.. Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant. 3.. Wordt een voorschrift als bedoeld in het tweede lid gegeven, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet worden vervangen. 4.. Aan de vergunning kunnen tevens voorschriften worden verbonden ter bescherming van in en rond de houtopstand voorkomende flora en fauna.

Rechtspraak bij dit artikel