1.In deze afdeling wordt verstaan onder:
boom: een houtachtig overblijven opgaand gewas, zowel vitaal
als afgestorven. In geval van meerstammigheid geldt de
dwarsdoorsnede van de dikste stam als maatgevend voor de
houtopstand;
boomwaarde: de door burgemeester en wethouders vastgestelde
wijze waarop de waarde van bomen wordt bepaald;
houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen;
hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op
de stronk uitlopen;
dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de
houtopstand;
bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld
ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet;
iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel
Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi
(Buism.) C. Moreau);
iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium,
behorende tot desoorten Scolytus scolytus (F.) en
Scolytus multistriatus (Marsh) en Scolytus pygmaeus;
kandelaberen: het terugsnoeien van de kroon van een
houtopstand tot een hoofdstomp met takstompen;
vellen: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het
verrichten van (ondeskundige) handelingen die de dood of
ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten
gevolge kunnen hebben, waaronder het kandelaberen, knotten
of opkronen van een houtopstand.
HOOFDSTUK 4. › AFDELING 3.
Artikel 4.3.1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Edam-Volendam 2010