Naast de in artikel 1 lid 1 van Bijlage II Bor opgenomen begripsbepalingen wordt in deze beleidsregels verstaan onder:
Bebouwde kom: (i) de bebouwde kom zoals deze in de feitelijke situatie is aangegeven, mede gelet op de aard en omvang van het gebied, dan wel (ii) de gebieden die zijn gelegen binnen de grenzen volgens de planverbeelding van de bestemmingsplannen “Kom Chaam 2005”, “Kom Alphen 2009” en “Kom Galder 2008”;
Bouwlaag: de begane grond of een daarboven gelegen ruimte, waarbij (i) een onder een kap gelegen verdieping die zich qua omvang, functie en vormgeving onderscheidt van de begane grond, en/of (ii) een onderkeldering in achtererfgebied, niet onder een bouwlaag worden begrepen.
Bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop volgens het bestemmingsplan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
Bijgebouw: een ‘bijbehorend bouwwerk’ als bedoeld in artikel 1 lid 1 van Bijlage II Bor, welk gebouw door zijn ligging, constructie en/of afmetingen ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
Kleinschalig logeren: kleinschalige recreatieve activiteiten in de vorm van het verstrekken van logies en ontbijt, met name gerichte op trekkende toeristen die voor een of enkele nachten een onderkomen zoeken (‘bed and breakfast’).
Omgevingsvergunning: een vergunning ex artikel 2.1 lid 1 onder c juncto artikel 2.12 lid 1 onder a sub 2 Wabo voor planologisch strijdig gebruik c.q. voor een afwijking van het bestemmingsplan.
Woning: een complex van ruimten, bestaande uit een hoofdgebouw met al dan niet daaraan gebouwde bijgebouwen, bedoeld voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden, met dien verstande dat een recreatiewoning niet als een woning wordt aangemerkt.
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Beleidsregels voor de toepassing van artikel 2.12 lid 1 onder a sub 2 Wabo