Het DB wordt in lid 1 aangewezen als bevoegd orgaan om, binnen de door het AB vastgestelde formatie en behoudens leden van de directie, personeel aan te stellen als ambtenaar alsmede om het personeel te schorsen en ontslaan van personeel van de Werkorganisatie. Lid 3 en 4 beschrijven nader de regels omtrent deze procedure. Lid 2 biedt een mandaatgrondslag voor het geven van (onder)mandaat door het DB aan de directie.
Hoofdstuk 5:
Artikel 32.
Artikel 32.
Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING WERKORGANISATIE DUIVENVOORDE