Uittreden kan geschieden door besluit van een college en burgemeesters, mits het vertegenwoordigend orgaan (gemeenteraden) toestemming geeft. Uittreden leidt tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling. Slechts wanneer een van de gemeenten uittreedt onder gelijke toetreding van één of meerdere deelnemers, wordt niet tot opheffing overgegaan (lid 2). Het AB stelt een liquidatieplan vast voor de uittreding respectievelijk de opheffing van de Werkorganisatie. Dit gebeurt bij unanimiteit, gezien de impact van dit beslui.. Na ontbinding van de Werkorganisatie in verband met opheffing blijft deze voortbestaan voor zover noodzakelijk voor de vereffening van vermogen.
Hoofdstuk 7:
Artikel 41.
Artikel 41.
Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING WERKORGANISATIE DUIVENVOORDE