regelt de verantwoordingsplicht van de voorzitter jegens het AB voor het gevoerde bestuur. Voorts dient de voorzitter mondeling of schriftelijk alle gevraagde inlichtingen te verschaffen zowel aan de leden van het AB (lid 2) als van de raden (lid 3).
Hoofdstuk 4: › Paragraaf 1
Artikel 30