Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8

Artikel 44

Geschillen

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Werkorganisatie Duivenvoorde

1.. Onverminderd het gestelde in artikel 28 van de wet worden geschillen over de toepassing van de regeling, in de ruimste zin van het woord onderworpen aan een niet-bindend deskundigenadvies. 2.. Voordat wordt overgegaan tot het vragen van het in het eerste lid bedoelde deskundigenadvies, wordt het geschil besproken tussen de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter en een afvaardiging van het college waarmee het geschil bestaat. 3.. Indien het in het tweede lid bedoelde overleg niet tot een oplossing leidt benoemen het algemeen bestuur en het betreffende college elk een onafhankelijke deskundige. Beide deskundigen benoemen een derde deskundige, die tevens als voorzitter van de adviescommissie optreedt. Het algemeen bestuur treedt mede namens de betreffende deelnemer op als opdrachtgever van de commissie. In de opdracht wordt ten minste het probleem geschetst, worden de te beantwoorden vragen geformuleerd en wordt de termijn genoemd waarbinnen de commissie haar advies dient uit te brengen. 4.. De in het derde lid bedoelde commissie regelt zelf de wijze waarop zij haar advies tot stand brengt. Het advies wordt tegelijkertijd toegezonden aan het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en aan het betreffende college. 5.. Na ontvangst van het advies treden de in het tweede lid bedoelde personen nogmaals in overleg om te trachten tot een oplossing van het geschil te komen. Indien het overleg niet tot een oplossing leidt, is elk der partijen vrij om het geschil overeenkomstig het gestelde in artikel 28 van de wet voor te leggen aan gedeputeerde staten.

Rechtspraak bij dit artikel