Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Calamiteiten

Onderdeel van Uitwegverordening Sittard-Geleen 2005

Indien als gevolg van een calamiteit herstelwerkzaamheden noodzakelijk zijn aan de uitweg (in openbaar gebied), neemt de rechthebbende of de gebruiker contact op met de gemeente voor het verrichten van de noodzakelijke werkzaamheden. Bij het door de gemeente verrichten van de in lid 1 bedoelde werkzaamheden dient de rechthebbende of gebruiker, voordat met de werkzaamheden wordt gestart, tevoren schriftelijk akkoord te gaan met de voorwaarde dat de kosten van de werkzaamheden aan hem in rekening worden gebracht, indien blijkt dat deze kosten voor zijn rekening zijn. Afdeling V Verwijdering uitweg, sloop Artikel 11 Zorgplicht Bij sloopwerkzaamheden of andere werkzaamheden op het particuliere perceel, moeten door de rechthebbende zodanige voorzieningen worden getroffen dat beschadiging van de uitweg wordt voorkomen. Indien de rechthebbende bij de in lid 1 bedoelde werkzaamheden niet voldoet aan de in het eerste lid omschreven zorgplicht, heeft de gemeente de bevoegdheid de herstelkosten te verhalen op de rechthebbende. Indien het gebruik van een uitweg definitief wordt beëindigd, wordt de betreffende vergunning ingetrokken, waarna de voorzieningen op kosten van de rechthebbende door de gemeente wordt verwijderd. Indien het gebruik van een uitweg definitief wordt beëindigd is de rechthebbende verplicht de gemeente hiervan in kennis te stellen. Afdeling VI Overgangs en slotbepalingen Artikel 12 Overgangsrecht De aanvragen tot aanleg of wijziging van een uitweg die voor de datum van inwerkingtreding van deze verordening zijn ingediend vallen onder de bepalingen van deze verordening. Op uitwegen die op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening krachtens de tot dan geldende wetgeving en voorschriften tot stand zijn gebracht, zijn de bepalingen van afdeling IV en afdeling V van deze verordening rechtstreeks van toepassing. Bij strijd van deze verordening met bepalingen in eerdere overeenkomsten gesloten tussen de gemeente en de rechthebbende, prevaleert het bepaalde in deze overeenkomsten. Artikel 13 Inwerkingtreding en citeertitel Deze verordening treedt in werking 3 dagen na de datum van haar bekendmaking. Deze verordening kan worden aangehaald als: “Uitwegverordening 2005.” Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 22 september 2005, de griffier, de voorzitter , TOELICHTING UITWEGVERORDENING GEMEENTE SITTARD-GELEEN 2005 1.1 . Algemeen Een uitwegverordening regelt de verhouding tussen burgers en de gemeente inzake de aanleg c.q. wijziging van de uitweg. In een verordening kunnen voorwaarden worden gesteld aan de wijze waarop e.e.a. gerealiseerd wordt. Daarnaast wordt ook geregeld wie verantwoordelijk is voor het beheer. Dit strekt tot voordeel van alle betrokken partijen, omdat er dan duidelijkheid bestaat over de verwachtingen die een burger en de gemeente van elkaar mogen hebben. 1.2 . Opzet van de verordening Uitgangspunt van deze verordening is dat voor een nieuwe uitweg of een wijziging van de bestaande situatie, een vergunning is vereist. Aan het verlenen van de vergunning worden vervolgens voorwaarden gesteld. Deze voorwaarden betreffen allereerst de technische eisen (zie artikel 2 lid 3) waaraan de uitweg moet voldoen. De technische eisen betreffen de ligging en de dimensionering, de hoogteligging en de materiaalkeuze. Tenslotte zijn er voorwaarden opgenomen over onderhoud, renovatie en vervanging van de uitweg en beëindiging van het gebruik hiervan. Deze verordening heeft alleen betrekking op het openbare gebied. De kosten van onderhoud, reconstructie en vervanging van de uitweg zijn voor de gemeente. Hierop is echter wel een uitzondering gemaakt. Als het aannemelijk is dat de betreffende onderhouds- of herstelwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd als gevolg van een onjuist gebruik van de uitweg door de gebruiker, dan zijn de kosten voor rekening van de rechthebbende of de veroorzaker van de schade. Indien schade aan de bestrating ontstaat door boomwortelgroei afkomstig van bomen en/of beplanting die in beheer en onderhoud zijn van particulieren dan zullen de reparatiekosten worden verhaald op de veroorzaker van de schade. De aanleg van de uitweg geschiedt in principe door de gemeente of door een namens de gemeente in te schakelen aannemer. Deze legt de uitweg aan voor rekening van de rechthebbende. De kosten die de rechthebbende moet betalen zijn in beginsel de daadwerkelijke kosten van de aanleg. De tarieven zijn vastgelegd in een bij deze verordening vastgestelde tarievenlijst (de verordening aanlegrechten uitweg). Daarnaast zijn er legeskosten verschuldigd (legesverordening). De tarieven zijn genotsretributies op grond van artikel 229 lid 1 Gemeentewet en worden volgens het tweede lid van artikel 229 Gemeentewet aangemerkt als gemeentelijke belastingen. De verlening van de vergunning kan door de gemeente worden geweigerd indien de uitweg of wijziging hiervan in het belang van uiterlijk aanzien, veiligheid, e.a. bezwaarlijk is (zie artikel 4). Als een vergunningaanvraag wordt geweigerd moet deze weigering voorzien zijn van een goede motivatie. De verordening is opgebouwd uit 13 artikelen, die zijn ondergebracht in zes afdelingen. In afdeling I worden de begripsbepalingen gegeven. Afdeling II regelt de vergunning: een omschrijving van de vergunningsplicht, de aanvraag, de verlening en tot slot de gronden tot weigering. In afdeling III komt het tot stand brengen van de uitweg aan de orde. Hierin worden het verzoek tot aanleg of wijziging, de kosten en de uitvoering geregeld. Het onderhoud komt in afdeling IV aan de orde, de verwijdering en sloop van de uitweg in afdeling V. De laatste afdeling tenslotte, afdeling VI, betreft de overgangs- en slotbepalingen. Deze overgangs-bepalingen zijn noodzakelijk daar de gemeente nog geen uitwegverordening heeft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel