Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning of ontheffing intrekken of wijzigen:
als ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;
als op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten, opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging daarvan wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning is verstrekt;
als de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften niet zijn of worden nagekomen;
als binnen de termijn van één jaar geen gebruik van de vergunning wordt gemaakt;
als de houder dit verzoekt.
Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de kinderen tijdelijke of blijvende sluiting van een peuterspeelzaal gelasten, als naar hun oordeel dringende omstandigheden die niet uit deze verordening voortvloeien daartoe aanleiding geven.
Hoofdstuk 1
Artikel 10
Intrekken of wijzigen van vergunning of ontheffing
Onderdeel van Verordening Peuterspeelzaalwerk