Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.14

- Kook-, bak-, en verwarmingsapparatuur

Onderdeel van MARKTVERORDENING GEMEENTE OUDE IJSSELSTREEK

Het is de vergunninghouder verboden, zonder vergunning van het college, installaties voor bakken en/of koken en/of verwarmingstoestellen op zijn standplaats in gebruik of aanwezig te hebben. Aan de vergunning als bedoeld in het eerste lid worden voorschriften worden verbonden in het belang van: de veiligheid van standplaatshouder en publiek; het voorkomen dan wel verminderen van hinder of overlast; het uiterlijk aanzien en het schoonhouden van de standplaats en omgeving. Voorwaarden voor het gebruik van gasflessen en bak- en braadtoestellen Een flessengasinstallatie moet blijvend voldoen aan de eisen in NEN 1078, uitgave 1999. Bij inpandig gebruik van gasflessen mag de nominale inhoud van de gevulde en lege flessen gezamenlijk niet meer bedragen dan 110 liter. Een gasfles moet zijn voorzien van een door Stoomwezen BV erkend geldig keurmerk. De afsluiter van een gasfles moet van een door de Dienst voor het Stoomwezen goedgekeurd type zijn. Tussen gasfles en verbruikstoestel moet een buigzame verbinding voldoen aan de richtlijnen, vermeld in NPR 3378-0, uitgave 1999. De afstand tussen gasflessenopslag en een gebouw moet ten minste 5 meter bedragen, tenzij tussen de opslag en dit gebouw en de omgeving hiervan een weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van ten minste 30 minuten bestaat. In de directe omgeving van de kraam moet een goedgekeurde brandblusser aanwezig zijn. De voorwaarden voor het gebruik van gasflessen en bak- en braadtoestellen zijn van toepassing tot het moment dat nieuwe normen worden vastgesteld en van toepassing worden verklaard.

Rechtspraak bij dit artikel