In deze verordening wordt verstaan onder:
aanvraagformulier: het aanvraagformulier is het door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen formulier “aanvraag kapvergunning”
bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente Oude IJsselstreek, vastgesteld op basis van artikel 1, vijfde lid van de Boswet
bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning, vastgesteld op basis van artikel 1.1 Wabo
boom: een houtachtig, overblijvend gewas dat bestaat uit één of meerdere stammen die zich op zekere hoogte boven de grond vertakt respectievelijk vertakken
boomwaarde: het bedrag dat wordt bepaald op basis van de op dat moment algemeen geaccepteerde berekeningsmethode
bijzondere bomenlijst: een lijst van houtopstanden die is samengesteld aan de hand van door de gemeente opgestelde criteria voor bijzondere houtopstanden
dunning: velling, die uitsluitend als verzorgingsmaatregel ten gunste van de groei van de overblijvende houtopstand moet worden beschouwd. De houtopstand verliest hierbij zijn functie en vorm niet
hakhout: één of meer bomen of boomvormers die, na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen
houtopstand: één of meer bomen, hakhout, een houtwal, een grotere (lint)begroeiing van struweel of heg, een beplanting van bosplantsoen
houtwal: een voornamelijk uit hakhout bestaande, lintvormige houtopstand, meestal langs landbouwgrond
iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau)
Iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.), Scolytus multistriatis (Marsh) en Scolytus pygmaeus
kandelaberen: een ingrijpende snoeivorm, waarbij de hele kroon wordt teruggebracht tot een aantal “armen” (takstompen)
knotten: het bij knot- of leibomen tot op de oude snoeiplaats periodiek verwijderen van uitgelopen takhout als noodzakelijk onderhoud
landschapselementen: streekeigen houtopstanden buiten de bebouwde kom
een solitaire boom
een groep bomen
een struweel met of zonder bomen
een houtwal
een (hakhout)singel
(gerief)bosjes
laan- en wegbeplantingen
knotbomen(rijen)
begroeide steilranden
natuurlijke houtopslag in b.v. (zak)sloten
boomgaarden
inpassingsgroen van bedrijfsgebouwen op erven en randen van industriegebieden (vogelbosjes, struwelen, e.d.)
Monumentale Bomenlijst: een lijst van bomen die is samengesteld aan de hand van door de landelijke “Bomenstichting” opgestelde criteria
streekeigen houtopstanden: houtopstanden die bestaan uit soorten die van nature in onze regio thuishoren of die om cultuurhistorische reden een landschappelijk aanvaardbare groeiplek hebben
struweel: een begroeiing van inheemse struiken in het landschap
vellen: het kappen, rooien (met inbegrip van verplanten) en het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van een houtopstand tot gevolg heeft
vergunning: een door het college van burgemeester en wethouders afgegeven toestemming tot het, zo nodig onder voorwaarden, mogen vellen van een houtopstand
Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht