Als zich op een terrein één of meer iepen bevinden die, naar het oordeel van het bevoegd gezag, kunnen bijdragen aan de verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van de iepenspintkevers, is de rechthebbende, indien daartoe door het bevoegd gezag aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen termijn:
als de iepen in de grond staan, deze te vellen.
gevelde iepen te ontbasten en de bast te vernietigen.
de niet ontbaste iepen of delen daarvan te vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen.
Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren.
Het verbod is niet van toepassing op geheel ontbast iepenhout en op iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4 centimeter.
Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het onder lid 2 van dit artikel gestelde verbod.
Voor het vellen van een zieke iep die vergunningplichtig is geldt hetgeen in deze verordening is geregeld ten aanzien van vergunningplichtige bomen.
Hoofdstuk
Artikel 10
Bestrijding van iepziekte
Onderdeel van BOMENVERORDENING GEMEENTE OUDE IJSSELSTREEK