Het marktgeld op de wekelijkse goederenmarkt wordt geheven van degene aan
wie een standplaats ter beschikking is gesteld, alsmede van degene die
gebruik maakt van de vanwege de gemeente voor de wekelijkse goederenmarkt
aangebrachte elektriciteitsvoorzieningen met als doel de voeding van in of
op de standplaatsen aanwezige elektrische apparatuur of enig ander voorwerp
dat van voeding door elektriciteit afhankelijk is.