Een spreker mag niet in zijn betoog worden gestoord.
Interrupties zijn toegestaan, tenzij de voorzitter beslist dat
een spreker zijn betoog zonder verdere interrupties zal
afronden.
Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke
uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het onderwerp in
behandeling, zich niet houdt aan de aanwijzingen van de
voorzitter, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door
de voorzitter tot de orde geroepen.Indien de desbetreffende
spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem
gedurende de beraadslaging over dat onderwerp het woord
ontnemen.
De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor
een door hem te bepalen tijd schorsen en – indien na de
heropening de orde opnieuw wordt verstoord – de vergadering
sluiten. Dit laatste doet hij niet nadat hij daarover het
presidium heeft geconsulteerd.