Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk V

Artikel 39

. Stemming over zaken

Onderdeel van Reglement van orde gemeenteraad Tilburg 2007

Nadat de beraadslaging is gesloten of indien niemand het woord verlangt, brengt de voorzitter het voorstel tot besluitvorming. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, kan de voorzitter vaststellen dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is aangenomen. In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de notulen vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich op grond van artikel 28 van de Gemeentewet van stemming te hebben onthouden. De voorzitter kan het voorstel in stemming brengen door de raad te verzoeken bij handopsteken kenbaar te maken wie "voor" dan wel "tegen" het voorstel is. Indien één of meer leden daarom verzoekt vindt de stemming plaats via hoofdelijke oproep. De griffier roept de leden vervolgens bij hun naam op om hun stem uit te brengen, beginnende bij het lid wiens nummer op de presentielijst door loting wordt aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de namen op de presentielijst. Bij hoofdelijke stemming is ieder in de vergaderzaal aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen. De leden brengen hun stem uit door het woord "voor" of "tegen" uit te spreken, zonder enige toevoeging. Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Het laatst opgeroepen raadslid kan zijn stem niet meer wijzigen, zodra met het tellen van de stemmen een aanvang is genomen. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. Een lid kan verzoeken in de notulen op te nemen dat hij zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist heeft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel