Nadat de beraadslaging is gesloten of indien niemand het woord
verlangt, brengt de voorzitter het voorstel tot
besluitvorming.
Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit
niet verlangt, kan de voorzitter vaststellen dat het voorstel
zonder hoofdelijke stemming is aangenomen.
In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de
notulen vragen, dat zij geacht willen worden te hebben
tegengestemd of zich op grond van artikel 28 van de Gemeentewet
van stemming te hebben onthouden.
De voorzitter kan het voorstel in stemming brengen door de raad
te verzoeken bij handopsteken kenbaar te maken wie "voor" dan
wel "tegen" het voorstel is.
Indien één of meer leden daarom verzoekt vindt de stemming
plaats via hoofdelijke oproep.
De griffier roept de leden vervolgens bij hun naam op om hun
stem uit te brengen, beginnende bij het lid wiens nummer op de
presentielijst door loting wordt aangewezen.
Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de namen
op de presentielijst.
Bij hoofdelijke stemming is ieder in de vergaderzaal aanwezig
lid dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden
verplicht zijn stem uit te brengen.
De leden brengen hun stem uit door het woord "voor" of "tegen"
uit te spreken, zonder enige toevoeging.
Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan
kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid
gestemd heeft. Het laatst opgeroepen raadslid kan zijn stem niet
meer wijzigen, zodra met het tellen van de stemmen een aanvang
is genomen.
De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede,
met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte
stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen
besluit.
Een lid kan verzoeken in de notulen op te nemen dat hij zich bij
het uitbrengen van zijn stem vergist heeft.
Hoofdstuk V
Artikel 39
. Stemming over zaken
Onderdeel van Reglement van orde gemeenteraad Tilburg 2007