Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IX

Artikel 57.

Spreekrecht voor burgers

Onderdeel van Reglement van orde gemeenteraad Tilburg 2007

1.. Voor alle raadsvergaderingen wordt “het spreekrecht voor burgers” als agendapunt opgevoerd. Het presidium kan besluiten om, gelet op de te bespreken onderwerpen, het spreekrecht voor burgers niet als agendapunt te agenderen. 2.. Burgers hebben de mogelijkheid om bij het agendapunt "spreekrecht voor burgers" een onderwerp onder de aandacht van raadsleden te brengen. 3.. Spreekgerechtigd zijn inwoners van de gemeente Tilburg die de leeftijd van 16 jaar hebben bereikt. Het spreekrecht geldt niet voor vertegenwoordigers van professionele instellingen. 4.. Het woord kan niet worden gevoerd over: een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep open staat of heeft open gestaan of op een andere wijze onder de rechter is; benoemingen, keuzes, voordrachten of aanbevelingen van personen; een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; onderwerpen die louter een privé-belang betreffen; onderwerpen de geen relatie hebben met de huishouding van de gemeente; onderwerpen waarover men in een raadscommissie al heeft kunnen inspreken; onderwerpen waarover al een gemeentelijke inspraakprocedure is geweest of nog komt; onderwerpen die op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur niet openbaar zijn. 5.. De voorzitter van de raad bepaalt, zonodig gehoord het presidium, of iemand spreekgerechtigd is en of het woord gevoerd kan worden over het aangemelde onderwerp. 6.. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit ten minste 6 x 24 uur voorafgaande aan de raadsvergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. 7.. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 8.. Elke spreekgerechtigde krijgt maximaal zeven minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers, als er meer dan vier sprekers zijn. De voorzitter kan teven afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 9.. De spreekgerechtigde voert het woord nadat de voorzitter dit hem heeft verleend. De voorzitter kan de leden van de raad toestaan aan de spreekgerechtigde een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een spreekgerechtigde en deelnemers van de vergadering. De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger. 10.. Bij dit agendapunt kunnen geen moties worden ingediend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel