De aanvraag voor een woonvoorziening als bedoeld in artikel 2.1, lid 1 onder b en c, wordt geweigerd indien:
de noodzaak tot het treffen van deze woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning ten gevolge van ziekte of gebrek geen aanleiding bestond en er geen andere belangrijke reden aanwezig was;
de gehandicapte niet is verhuisd naar de voor zijn of haar belemmeringen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij tevoren schriftelijk toestemming is verleend door burgemeester en wethouders.
Het gestelde in het eerste lid is niet van toepassing indien verhuizing plaatsvindt als gevolg van:
het aanvaarden van een werkkring in een andere gemeente;
trouwen of samenwonen.
Hoofdstuk › AFDELING I › Hoofdstuk 2.
Artikel 2.11
Frequentie van woningaanpassingen
Onderdeel van Verordening voorzieningen gehandicapten