Een gehandicapte kan voor een woonvoorziening als bij artikel 2.1. lid 1 onder a genoemd in aanmerking worden gebracht wanneer aantoonbare (ergonomische) belemmeringen op grond van ziekte of gebrek het normale gebruik van de woning belemmeren.
Een gehandicapte kan voor een woonvoorziening als bij artikel 2.1. lid 1 onder b. en c. genoemd in aanmerking worden gebracht indien de in het eerste lid genoemde voorziening niet te realiseren is of niet de goedkoopst adequate oplossing is.
Voorwaarden bij verlening van woonvoorzieningen
Hoofdstuk › AFDELING I › Hoofdstuk 2.
Artikel 2.4.
Het primaat van de verhuizing
Onderdeel van Verordening voorzieningen gehandicapten