Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › AFDELING II › Hoofdstuk 6.

Artikel 6.3

Intrekking van een besluit tot verlening van een voorziening

Onderdeel van Verordening voorzieningen gehandicapten

Burgemeester en wethouders kunnen een beschikking genomen op grond van deze verordening geheel of gedeeltelijk intrekken indien: niet is voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening; op grond van gegevens beschikt is en gebleken is dat deze gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen. Indien een beschikking is verleend en gebleken is, dat de gegevens op grond waarvan de beschikking werd verleend onjuist waren en van welke gegevens de begunstigde wist of redelijkerwijs had kunnen weten dat deze onjuist waren, kunnen Burgemeester en wethouders hun beschikking intrekken. Een besluit tot verlening van een voorziening welke bestaat uit het verlenen van een financiële tegemoetkoming dan wel een gemaximeerde vergoeding kan worden ingetrokken indien blijkt dat de tegemoetkoming/vergoeding binnen zes maanden na de uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van het middel waarvoor deze was verleend. Het derde lid is niet van toepassing op het verlenen van onroerende woonvoorzieningen.

Rechtspraak bij dit artikel