**1..** Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze verordening van toepassing is, zonder vergunning van burgemeester en wethouders is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kunnen burgemeester en wethouders aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond, dan wel aan degene die uit hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn.
**2..** Indien niet ter plaatse kan worden herplant, dan kan de herplantplicht worden vervangen door het storten van een financiële bijdrage in het gemeentelijk bomenfonds. De vaststelling van deze bijdrage vindt plaats volgens de berekening van de boomwaarde overeenkomstig het rekenkundig model volgens de laatst bekende richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Beëdigd Taxateurs van Bomen.
**3..** In geval van illegale kap van monumentale bomen vindt altijd financiële compensatie voor de herplant plaats volgens de berekening van de boomwaarde overeenkomstig het rekenkundig model volgens de laatst bekende richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Beëdigd Taxateurs van Bomen.
**4..** Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald op welke wijze en binnen welke termijn een niet-geslaagde herplant moet worden vervangen.
**5..** Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze verordening van toepassing is, in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd kunnen burgemeester en wethouders aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen.
**6..** Voor een boom die in verband met herplantplicht is geplant, geldt als uitgangspunt gedurende een periode van tien jaar na aanplant een verbod tot vellen. Gedurende die periode geldt als uitgangspunt dat geen vergunning om te vellen wordt verleend.