1.Aan de koopwoning voor het maximale bedrag reeds voorzieningen zijn aangebracht op grond van deze verordening.
2.Met het aanbrengen van de voorzieningen is begonnen voordat de door het college aangewezen persoon als bedoeld in artikel 2.2 een opname heeft gemaakt van de bestaande situatie.
3.De subsidie wordt aangevraagd voor voorzieningen die niet zijn opgenomen op de door het college vastgestelde lijst van opplusvoorzieningen.
4.De eigenaar-bewoner op het moment van de subsidieaanvraag jonger is dan 55 jaar.
5.De woning van de aanvrager niet voldoet aan de genoemde criteria en hiermee niet is aangewezen als ‘potentieel geschikte’ koopwoning.
6.De subsidie op basis van deze regeling dan wel een andere (gemeentelijke) regeling met dezelfde doelstelling en dezelfde opplusvoorzieningen al eens verstrekt is.
7.De gevraagde voorziening(en) reeds in de woning aanwezig is (zijn).
Hoofdstuk 2
Artikel 2.5
Weigeringsgronden
Onderdeel van Tijdelijke Verordening Subsidieregeling Opplussen gemeente Twenterand 2013