Indien de in de artikelen 3.31 en 3.36 van het Bouwbesluit bedoelde, in bouwwerken aan te brengen resp. aanwezige voorzieningen voor de afvoer van afvalwater en fecaliën niet op een openbaar riool worden, resp. zijn aangesloten, gelden de volgende bepalingen:
leidingen voor fecaliën moeten lozen op een systeem voor de behandeling van afvalwater (IBA) dat voldoet aan de daaraan gestelde eisen; na behandeling van het afvalwater moet dit afvalwater voldoen aan de daaraan te stellen lozingseisen;
leidingen voor de afvoer van afvalwater zonder fecaliën moeten zodanig lozen dat geen verontreiniging van water, bodem en lucht kan optreden;
leidingen voor de afvoer van afvalwater zonder fecaliën mogen niet lozen op een systeem voor de behandeling van afvalwater (IBA) indien dat systeem niet geschikt is voor de behandeling van dit afvalwater.
De in artikel 3.41 van het Bouwbesluit bedoelde, aan of in bouwwerken aan te brengen voorzieningen voor de afvoer van hemelwater moeten:
zodanig lozen dat geen verontreiniging van water, bodem en lucht kan optreden; en
zijn aangesloten op een opvang-, bezinkings- en/of afvoervoorziening van voldoende capaciteit; hiervan is sprake indien er door de lozing van hemelwater op geen enkele wijze (grond)wateroverlast ontstaat.
Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid, indien de afvoer op andere wijze zonder verontreiniging van water, bodem en lucht mogelijk is.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.7
Artikel 2.7.5
Aansluiting anders dan aan de openbare riolering
Onderdeel van Bouwverordening gemeente Oude IJsselstreek