Naar hoofdinhoud
1.. De afrekening van de investeringssubsidie geschiedt op basis van door de betreffende organisatie of instelling te overleggen rekeningen en betalingsbewijzen of accountantsverklaring. 2.. Binnen 6 maanden na voltooiing van de bouw of verbouw van de accommodatie dient de instelling of organisatie een gespecificeerde opgave van de werkelijke uitgaven, gestaafd met bewijsstukken aan Burgemeester en Wethouders overleggen. 3.. Na vaststelling van de investeringssubsidie kunnen Burgemeester en Wethouders twee voorschotten ad 40% op de gevoteerde subsidie betaalbaar stellen. 4.. Een overschrijding van de begrote investeringskosten, die ten grondslag gelegen hebben aan het vastgestelde subsidiebedrag, leidt niet tot verhoging van het gemeentelijke investeringssubsidie. 5.. De toekenning geschiedt voorzover het fonds voldoende middelen bevat. Indien toekenning niet binnen de financiele kaders van het fonds mogelijk is wordt de aanvrage op een wachtlijst geplaatst voor het daaropvolgende kalenderjaar. De indieningsdatum van de 1ste aanvraag is leidend.

Rechtspraak bij dit artikel