**1..** De gemeenteraad creëert een voorziening van max. € 135.000,-- per jaar voor het verlenen van investeringssubsidies ten behoeve van de bouw of aanpassing van sociaal culturele en/of sportaccommodaties.2.
**2..** Burgemeester en Wethouders zijn belast binnen het door de Raad beschikbare krediet met de uitvoering van de onderhavige deelverordening.3.
**3..** De subsidiegrondslag voor het verlenen van investeringssubsidies bedraagt:
25% van de door Burgemeester en Wethouders vastgestelde en geaccepteerde investeringskosten tot een maximum van € 125.000,--. Voor kosten legionellapreventie geldt een subsidiepercentage van 50% waar het betreft accommodaties die in het kader van een risicoinventarisatie aanpassingen behoeven
**4..** De onder artikel 3, lid 3 genoemde subsidie kan voor zover het gestelde maximum niet reeds wordt gehaald, vermeerderd worden met een door Burgemeester en Wethouders vast te stellen vergoeding ter compensatie van de door de vereniging te leveren onbetaalde eigen inbreng.5.5.
**5..** De eigen inbreng bestaat uit de door de vereniging zelf met behulp van vrijwilligers te verrichten, niet betaalde bouwwerkzaamheden, waarvan de omvang vooraf door het college van Burgemeester en Wethouders is vastgesteld.6.6.
**6..** Het aantal door Burgemeester en Wethouders vastgestelde uren eigen inbreng mag à raison van € 10,-- per uur in de bouwkosten worden verdisconteerd en kan met inachtname van het in lid 1 gestelde maximum voor subsidie in aanmerking worden gebracht.
Artikel 4