deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
de wet: de Archiefwet 1995;
het besluit: het Archiefbesluit 1995;
de regeling: de Archiefregeling 2009;
archiefbescheiden: de in artikel 1, onder c, van de
wet bedoelde archiefbescheiden;
gemeentelijke organen: de overheidsorganen, bedoeld
in artikel 1, onder b 1°, van de wet, voor zover behorende tot
de gemeente;
archiefbewaarplaats: de overeenkomstig artikel 31 van
de wet aangewezen archiefbewaarplaats voor analoog en/of
digitaal archief;
archiefruimte: een ruimte, bestemd of aangewezen voor
de bewaring van analoog en/of digitaal archief in afwachting van
hun overbrenging ingevolge artikel 12, eerste lid of 13, eerste
lid van de wet;
gemeentearchivaris: de overeenkomstig artikel 32 van
de wet benoemde gemeentearchivaris;
beheerder: degene die ingevolge artikel 3 van de wet
is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de
gemeentelijke organen die niet zijn overgebracht naar een
archiefbewaarplaats;
kwaliteitssysteem: het geheel van organisatorische
structuur, verantwoordelijkheden, procedures, processen en
voorzieningen die nodig zijn voor het ten uitvoer brengen van de
kwaliteitszorg, als bedoeld in artikel 16 van de regeling.
Hoofdstuk I.
Artikel 1