Naar hoofdinhoud

Artikel 11.

Artikel 11.

Onderdeel van Reglement Welstandscommissie 1997

1.. Een aanvraag om vooradvies wordt door de commissie slechts dan in behandeling genomen indien deze alle nodige gegevens bevat om de commissie in staat te tellen het schetsplan te beoordelen, zowel op zich zelf als in relatie tot de omgeving. Derhalve zal: de aanvraag en het daarbij behorende schetsplan de bedoelingen van de ontwerper duidelijk en deskundig moeten weergeven; een duidelijke situatietekening van het object moeten zijn bijgevoegd; het schetsplan moet aangeven de aansluitingen op de belendende bebouwing; de aanvraag vergezeld moeten gaan van duidelijke foto's van gedeelten van de straatwand aan weerszijden van en tegenover de plaats van het object en, voor zover terzake dienende, de overige omgeving. 2.. De secretaris neemt de aanvragen om vooradvies in ontvangst en gaat, in overleg met de voorzitter, na of deze voldoen aan het gestelde in het vorige lid. Blijkt dit niet het geval te zijn, dan zendt hij de aanvraag terug aan degene, die haar indiende, onder vermelding van de geconstateerde tekortkomingen. Indien de terugzending geschiedt omdat de tekening van het schetsplan niet deskundig is uitgevoerd, wordt de aanvrager aangeraden zich voor het maken van een nieuw schetsplan te wenden tot een registerarchitect. 3.. Ten aanzien van aanvragen, die aan het in het 1e lid gestelde voldoen, treft de secretaris zodanige voorbereidingen, dat de betreffende schetsplannen zo spoedig mogelijk door de commissie kunnen worden beoordeeld. 4.. Bij de beoordeling van de schetsplannen houdt de commissie het bepaalde in artikel 7, 3e tot en met 6e lid, zoveel mogelijk als leidraad aan, met dien verstande evenwel, dat aan de ontwerper geen termijn wordt gesteld voor aanpassing of wijziging. 5.. Het oordeel van de commissie wordt door de secretaris schriftelijk ter kennis van de aanvrager gebracht. Was de beoordeling gunstig, dan wordt zulks middels een stempelafdruk op de tekening van het schetsplan aangegeven. De aanvrager wordt voorts medegedeeld, dat de aldus afgestempelde tekening te zijner tijd bij de definitieve bouwaanvraag dient te worden overgelegd. 6.. Indien de commissie ten aanzien van een object reeds eerder een schetsplan in vooradvies heeft afgekeurd en haar daarna terzake van het onderhavige object door dezelfde ontwerper opnieuw een schetsplan wordt voorgelegd, dat eveneens onaanvaardbaar wordt geacht, wordt vanwege de commissie aan die ontwerper medegedeeld dat zij terzake verder van hem geen schetsplannen meer in behandeling zal nemen. 7.. Was de commissie van oordeel, dat het schetsplan als niet aanvaardbaar moet worden beschouwd, dan wordt in de kennisgeving, als bedoeld in het 5e lid, tevens tot uitdrukking gebracht of de commissie het mogelijk acht, dat terzake alsnog een gunstig vooradvies kan worden verkregen na aanpassing of wijziging van het schetsplan. Acht de commissie deze mogelijkheid aanwezig, dan wordt tevens uitvoering gegeven aan het gestelde in artikel 7, 5e lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel