Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 8

Artikel 2.27

Begripsbepalingen

Onderdeel van Algemene plaatselijke Verordening Gemeente Schagen

1.. In deze afdeling wordt verstaan onder: a. openbare inrichting: i. een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, clubhuis of strandpaviljoen; ii. elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden verstrekt of bereid; b. terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt. c. terras aan de openbare weg: een terras dat direct grenst aan de openbare weg en/of rechtstreeks vanaf de openbare weg toegankelijk is. d. strandpaviljoen: een openbare inrichting die zich geheel of gedeeltelijk bevindt op het strand. e. gebied I: het gebied met de postcodeaanduidingen: 1741 en 1742, zoals op de bij deze verordening behorende kaart is aangegeven (bijlage I). f. gebied II: het gebied met de volgende postcodeaanduidingen: 1738, 1744, 1746, 1747 en 1749, zoals op de bij deze verordening behorende kaart is aangegeven (bijlage I). g. gebied III: het gebied met de volgende postcodeaanduidingen: 1751, 1752, 1753, 1754, 1755, 1756 en 1757, zoals op de bij deze verordening behorende kaart is aangegeven (bijlage I). 2.. Onder openbare inrichting wordt mede verstaan een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt. 3.. Onder paracommerciële openbare inrichting wordt in deze paragraaf verstaan: een inrichting als bedoeld in artikel 4 van de Drank- en Horecawet. 4.. Deze afdeling verstaat niet onder bezoekers: a. de gezinsleden van de exploitant van de inrichting, alsmede zijn elders wonende bloed- en aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde graad; b. de personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede personen bedoeld in artikel 438, derde lid van het Wetboek van Strafrecht (hotelgasten en hun medereizigers); c. de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel