**1..** Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
laten verblijven of te laten lopen:
a. binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zonder dat die
hond aangelijnd is;
b. buiten de bebouwde kom op voor voertuigen openstaande wegen
zonder dat die hond aangelijnd is;
c. buiten de bebouwde kom op openbare plaatsen op door het
college aan te kondigen tijden, zonder dat deze zijn aangelijnd;
d. in het gebied van de Pettemerduinen, zoals op de bij deze
verordening behorende kaart is aangegeven (bijlage II), zonder
dat de hond aangelijnd is;
e. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of
op een andere door het college aangewezen plaats;
f. op de weg indien die hond niet is voorzien van een halsband
of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder
duidelijk doet kennen.
**2..** Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod in het
eerste lid aanhef en onder a en b niet geldt.
**3..** De verboden in het eerste lid aanhef en onder a en b zijn niet
van toepassing op de eigenaar of houder van een hond:
a. die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of
sociale hulphond laat begeleiden; of
b. die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
geleidehond of sociale hulphond.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 11
Artikel 2.57
Loslopende honden
Onderdeel van Algemene plaatselijke Verordening Gemeente Schagen