Naar hoofdinhoud

Artikel 11.

Artikel 11.

Onderdeel van Staanplaatsenverordening 1997

1.. De vrijstelling als bedoeld in artikel 4, eerste lid onder c is slechts van toepassing indien: tenminste veertien dagen voor inname van een staanplaats daarvan schriftelijk melding is gemaakt middels het daartoe door burgemeester en wethouder vastgestelde formulier; de staanplaats, indien en voor zover deze is gelegen op de openbare weg, geen grotere oppervlakte zal beslaan dan 25 m; 2.. Van elke melding wordt een bewijs van kennisgeving verstrekt, welk bewijs steeds bij de staanplaats aanwezig dient te zijn en op eerste aanzegging van een controlerend ambtenaar ter inzage moet worden gegeven. 3.. Burgemeester en wethouders kunnen een verbod tot inname van een voorgenomen staanplaats als bedoeld in het eerste lid uitvaardigen indien de vrees bestaat dat het daadwerkelijk innemen van die staanplaats zal leiden tot verstoring van de openbare orde, rust of veiligheid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel