Naar hoofdinhoud

Artikel 2.

Artikel 2.

Onderdeel van Staanplaatsenverordening 1997

1.. Het is verboden zonder, of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders op of aan de openbare weg een staanplaats, niet zijnde een dagplaats, in te nemen. 2.. Het is de rechthebbende op een perceel, als bedoeld in het eerste lid, verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van burgemeester en wethouders een staanplaats wordt ingenomen. 3.. Burgemeester en wethouders verlenen geen vergunning voor permanente staanplaatsen ten behoeve van het bakken van frites en andere geringe eetwaren, met uitzondering van oliebollen alsmede aanverwante gebakartikelen en gebakken vis, deze laatste mits deze verkoop plaatsvindt in combinatie met de verkoop van verse vis. 4.. Een staanplaats kan aan meer dan ‚‚n staanplaatshouder worden verleend op niet gelijk vallende dagen of dagdelen.

Rechtspraak bij dit artikel