Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels, kan het college besluiten tot beëindiging van de schuldhulpverlening indien:
schuldenaar niet langer voldoet aan het bepaalde onder artikel 2;
het schuldregelingstraject succesvol is afgerond;
schuldenaar zich niet houdt aan de verplichtingen zoals neergelegd in artikel 5, eerste en tweede lid;
schuldenaar zijn beschikbare aflossingscapaciteit niet wil gebruiken ter delging van zijn schulden;
op grond van – zo later is gebleken – onjuiste gegevens schuldhulpverlening aan betrokkene is toegekend, terwijl, indien dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij het college, een andere beslissing zou zijn genomen;
schuldenaar zich misdraagt ten opzichte van de medewerkers, belast met werkzaamheden die voortkomen uit het schuldregelingstraject;
schuldenaar in staat is om zijn schulden zelf te regelen, dan wel in staat is de schulden zelfstandig af te lossen;
niet alle schuldeisers hun medewerking verlenen aan het schuldregelingstraject.
de geboden hulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de schuldenaar, niet (langer) passend is.