Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Artikel 6

Onderdeel van Verordening burgerinitiatief Tilburg 2005

1.. De voorzitter stuurt het voorstel door naar de voorzitter van de meest aangewezen raadscommissie. Het presidium wordt hiervan in kennis gesteld. 2.. Het voorstel wordt aangeboden voor de eerstvolgende reguliere commissievergadering, met dien verstande dat ten minste twee weken is gelegen tussen de dag van indiening van het verzoek en de dag van de vergadering waarin de commissie het verzoek bespreekt. 3.. De voorzitter van de raadscommissie kan beslissen dat een onderwerp nadere onderbouwing of uitwerking behoeft door de indieners en kan de indieners in de gelegenheid stellen om een nadere onderbouwing of uitwerking te geven. Na ontvangst van de nadere onderbouwing of uitwerking wordt het voorstel geagendeerd voor de commissievergadering overeenkomstig lid 2 van dit artikel. 4.. De indiener van het voorstel wordt uitgenodigd om de vergadering van de raadscommissie bij te wonen en tijdens de vergadering eventueel een korte toelichting te geven. 5.. Daarna wordt het voorstel op de gebruikelijke wijze in de commissie besproken. 6.. Het standpunt van de raadscommissie, met daarbij gevoegd een voorstel ten aanzien van verdere behandeling, wordt geagendeerd voor de raadsvergadering of op de lijst van ingekomen stukken voor de raad geplaatst. 7.. Zo spoedig mogelijk nadat de raad over het burgerinitiatief een besluit heeft genomen, wordt dit besluit op de voorgeschreven wijze bekend gemaakt. 8.. Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het besluit mededeling gedaan aan de initiatiefnemer. 9.. De initiatiefnemer wordt daarna ingelicht over de vervolgstappen inzake de uitwerking van het burgerinitiatief.

Rechtspraak bij dit artikel