Naar hoofdinhoud

Paragraaf 2

Artikel 7

Afvalscheidingsstation

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Noordoostpolder 2013

1.. Voor gebruik van het afvalscheidingsstation gelden de regels in dit artikel. Het zijn regels zoals bedoeld in artikel 6, vijfde lid, onder b van de Afvalstoffenverordening. 2.. Het afvalscheidingsstation is uitsluitend toegankelijk met behulp van een toegangs- of milieupas die door of namens het college is verstrekt. 3.. Het is verboden om de navolgende huishoudelijke afvalstoffen op het afvalscheidingsstation aan te bieden: afvalstoffen die afkomstig zijn van – of aangeboden worden door – bedrijven; gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van asbest; afvalstoffen die overmatige stank verspreiden of ongedierte bevatten en waarvoor een andere mogelijkheid bestaat om ze te verwijderen; afvalstoffen die brand kunnen veroorzaken; autowrakken en autobanden; gasflessen; huishoudelijke afvalstoffen die geen grof huishoudelijk afval zijn en die ook niet onder een andere categorie valt die op het afvalscheidingsstation wordt ingezameld. 4.. Op het afvalscheidingsstation gelden de volgende regels: het afval moet gescheiden in de juiste container worden gedaan; elektrische en elektronische apparatuur moet schoon zijn en zonder batterijen; het brengen van asbest moet tevoren op de juiste wijze zijn gemeld; asbest moet volgens de aanwijzingen van de beheerder in de juiste container worden gedaan; het brengen van kadavers moet voordat de bewoner het afvalscheidingsstation oprijdt, bij de beheerder zijn gemeld; kadavers moeten zonder verpakking die in de daarvoor bestemde container worden gedaan; het is voor bewoners niet toegestaan om het afvalscheidingsstation te betreden met tractoren, shovels, heftrucks, voertuigen waarvoor een ander rijbewijs nodig is dan B of E, combinaties met een hoger gewicht dan 3500 kg of een lengte van meer dan 12 meter; personen jonger dan 12 jaar moeten in de auto blijven. 5.. Indien de omstandigheden op en rond het afvalscheidingsstation daar aanleiding toe geven, kan het college besluiten om bepaalde huishoudelijke afvalstoffen tijdelijk niet te accepteren. Het college voorziet in die gevallen in een vervangende voorziening. 6.. De beheerder van het afvalscheidingsstation kan aan eenieder die zich op het afvalsscheidingsstation bevindt of voornemens is afvalstoffen naar het afvalscheidingsstation te brengen, aanwijzingen geven over: het behandelen van afvalstoffen; het gebruik van het afvalscheidingsstation en de voorzieningen daarop; het betreden van het afvalscheidingsstation; voor zover die aanwijzingen nodig zijn om: de veiligheid van personen te beschermen; de gescheiden inzameling van herbruikbare afvalstoffen te bevorderen; te zorgen dat de afvalstoffen op de juiste wijze worden aangeboden en in de juiste container terecht komen; de voorschriften worden nageleefd waaraan het afvalscheidingsstation is gebonden vanuit de milieuregelgeving die voor deze inrichting geldt, waaronder in ieder geval de voorschriften krachtens hoofdstuk 8 van de Wet milieubeheer; de materialen en eigendommen van de gemeente of derden te beschermen en schade aan het terrein te voorkomen; het efficiënt gebruik van het afvalscheidingsstation te bevorderen, waaronder in ieder geval aanwijzingen die de doorstroming van de bezoekers bevorderen en het weren van voertuigen die door hun aard of omvang belemmeringen kunnen veroorzaken. 7.. Eenieder die zich op het afvalscheidingsstation bevindt, is verplicht om de aanwijzingen van de beheerder stipt en onmiddellijk op te volgen. 8.. Huishoudelijke afvalstoffen mogen uitsluitend door een vervoerder van het afvalscheidingsstation worden afgevoerd en uitsluitend voor zover dat gebeurt op basis van een overeenkomt met het college.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel