Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3.

Verrekenen bij geen of onvoldoende bezit

Onderdeel van Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Leiderdorp 2013

1.Indien het bezit van een belanghebbende niet ten minste driemaal de toepasselijkebijstandsnorm bedraagt, verrekent het college de recidiveboete gedurende één maandzonder inachtneming van de beslagvrije voet. De verrekening geschiedt vanaf het moment van de dagtekening waarop de bestuurlijke boete is opgelegd. 2.Aansluitend op verrekening als bedoeld in het eerste lid, verrekent het college derecidiveboete in de daarop volgende twee maanden op een dusdanige wijze datbelanghebbende blijft beschikken over een inkomen ter hoogte van 80% van detoepasselijke bijstandsnorm. 3.Tot het inkomen, bedoeld in het tweede lid, worden ook middelen gerekend als bedoeld inartikel 31, tweede lid, onderdelen n en r, van de Wet werk en bijstand.

Rechtspraak bij dit artikel