**1..** Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond, wordt bij de volgende gedragingen een verlaging van honderd procent van de bijstandsnorm gedurende één maand opgelegd:
het door eigen schuld of toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid;
het door eigen schuld of toedoen verliezen van inkomsten;
het door eigen schuld of toedoen geen recht (meer) hebben op een voorliggende voorziening in de zin van artikel 15 WWB.
**2..** In afwijking van het bepaalde in lid 1, onderdeel c, wordt, indien een belanghebbende geen beroep meer kan doen op een passende en toereikende voorliggende voorziening, omdat deze volledig wordt verrekend met een bestuurlijke boete in het kader van het bij herhaling schenden van de inlichtingenplicht, een verlaging opgelegd van honderd procent gedurende de eerste drie maanden gerekend vanaf de start van de verrekening.
**3..** Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond door onverantwoorde besteding van middelen, wordt een verlaging opgelegd van twintig procent van de bijstandsnorm waarbij de duur van de verlaging wordt afgestemd op de periode waarin de belanghebbende als gevolg van zijn gedraging eerder of langer recht heeft op bijstand.
**4..** Het bepaalde in de vorige leden, laat onverlet de mogelijkheid om onder toepassing van artikel 48 lid 2 onderdeel b WWB het na aftrek van de verlaging resterende recht op bijstand in de vorm van een geldlening te verstrekken tot aan de dag waarop zonder het betoonde tekortschietende besef pas recht op bijstand zou zijn ontstaan.
Hoofdstuk 3 Overige gedragingen die leiden tot een verlaging
Artikel 10.
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid in het kader van de WWB
Onderdeel van Handhavings- en afstemmingsverordening WWB, Bbz2004, IOAW en IOAZ 2013 gemeente Edam-Volendam