Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Onderwerp van burgerinitiatief

Onderdeel van verordening op het burgerinitiatief

1. Een burgerinitiatief kan worden ingediend indien het zich richt op de verbetering van de directe woonomgeving van initiatiefgerechtigden. 2. Géén door de raad te agenderen en behandelen burgerinitiatief is mogelijk te aanzien van a. onderwerpen die niet tot de bevoegdheden van de gemeente of de raad behoren; b. de uitvoering van besluiten van hogere overheden die de raad geen beleidsvrijheid geeft; c. de inrichting van de gemeentelijke organisatie en procedures; d. de vaststelling en wijziging van de gemeentebegroting; e. de vaststelling en wijziging van gemeentelijke belastingen en tarieven; f. aangelegenheden waartegen een bezwaar – of beroepsprocedure openstaat of heeft gestaan; g. onderwerpen waarover de raad korter dan twee jaar voor de indiening van het burgerinitiatief een besluit heeft genomen, tenzij de feitelijke omstandigheden binnen die periode zijn gewijzigd; h. handelingen en gedragingen van ambtsdragers waartegen een klacht kan worden ingediend op grond van de Algemene Wet Bestuursrecht. 3. Een burgerinitiatief over een voorstel dat niet tot de bevoegdheid van de raad, maar tot de bevoegdheid van het college of de burgemeester behoort, wordt door de raad eventueel voorzien van zijn advies doorgezonden naar het college of de burgemeester. 4. Het college of de burgemeester informeert de functionele raadscommissie binnen drie maanden over een genomen besluit over een initiatief en de verdere afhandeling

Rechtspraak bij dit artikel