Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › PARAGRAAF 2

Artikel 2

Persoonsgebonden budget

Onderdeel van Besluit Wmo 2013

1.. Verstrekking van een toegekende individuele voorziening, zoals bedoeld in artikel 3 van de Verordening, in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van de aanvrager. 2.. Het persoonsgebonden budget is inclusief onderhoud en reparatie zoals dat door het college aan de leverancier wordt betaald bij de verstrekking van een voorziening in natura. 3.. Verstrekking van het persoonsgebonden budget, zoals bedoeld in artikel 3 van de Verordening, vindt niet plaats indien: op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstig vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget; op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstig vermoeden bestaat dat de aanvrager niet kan voldoen aan lopende financiële verplichtingen. op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstig vermoeden bestaat dat de verstrekking van het persoonsgebonden budget niet bijdraagt aan het leveren van een adequate voorziening. een persoonsgebonden budget wordt niet verstrekt indien de budgethouder deelneemt aan een schuldhulpverleningstraject, behalve wanneer er gegronde redenen zijn, waardoor Zorg in Natura geen adequate oplossing biedt voor de persoon met een beperking; het is de budgethouder niet toegestaan het beheer van het persoonsgebonden budget en de bemiddeling en/of levering van de voorziening (zorg) uit te besteden aan één organisatie. 4.. De verstrekking van een persoonsgebonden budget in het kader van Hulp bij het Huishouden wordt na toekenning, op basis van bevoorschotting, maandelijks uitgekeerd. 5.. De verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het college, voor woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en rolstoelen, vindt plaats na realisatie of aanschaf van de voorziening waarvoor het persoonsgebonden budget is verstrekt. 6.. Na aanschaf van de voorziening waarvoor het persoonsgebonden budget verstrekt is, dan wel na afloop van de periode waarop het persoonsgebonden budget van toepassing is, wordt aan het college door de budgethouder, voor zover van toepassing, verstrekt: de nota/factuur van de aangeschafte voorziening; een betalingsbewijs van de aangeschafte voorziening; een overzicht van de salarisadministratie. 7.. Een toegekende verstrekking van het persoonsgebonden budget kan achteraf worden teruggevorderd of ingetrokken bij gebleken misbruik of onverantwoord gebruik van het toegekende persoonsgebonden budget. 8.. Bij de verstrekking van de hoogte van een persoonsgebonden budget voor individuele voorzieningen wordt een eigen bijdrage en eigen aandeel in mindering gebracht zoals bedoeld in artikel 4 van dit Besluit, tenzij anders is bepaald. 9.. Een sportrolstoel wordt uitsluitend verstrekt als financiële tegemoetkoming overeenkomstig de regels die opgenomen zijn in artikel 27 van dit Besluit. 10.. Het Persoonsgebonden Budget mag niet besteed worden aan de bemiddeling bij het aanvragen van een indicatie of het beheer van het Persoonsgebonden Budget. 11.. a. Het is niet toegestaan om het persoonsgebonden budget te gebruiken om hulp bij eerste en/of tweede graads familie en/of dien partner in te kopen. De persoon aan wie vóór 15 november 2012 zorg van een eerste en/of tweede graads familielid en/of diens partner wordt geleverd, mag tot 1 april 2013 de zorg van deze hulp ontvangen. Vanaf 1 april 2013 mag de zorg niet meer geleverd worden door een eerste en/of tweede graads familielid en/of diens partner.

Rechtspraak bij dit artikel